De geschiedenis van ‘De fotografie’


+/- 350jr v Christus werd het principe van de ‘camera obscura’ ondekt door de Griekse filosoof Aristoteles. Het verhaal gaat dat, hij onder een boom lag waarvan de bladeren door de wind bewogen. Af en toe zag hij een afbeelding van een blad of tak geprojecteerd.

Een camera obscura (Latijn voor ‘donkere kamer’) is een verduisterde ruimte waarbij in een van de wanden een klein gaatje is aangebracht, later ook wel een lens. Het hierdoor invallende licht werpt een afbeelding van de buitenwereld op de tegenoverliggende wand. Net zoals bij afbeelding door een lens het geval is, wordt de buitenwereld op zijn kop afgebeeld. Als de achterwand van de camera obscura doorzichtig wordt gemaakt (bijvoorbeeld met matglas) is de afbeelding van buitenaf te zien.

Voordat de lichtgevoelige plaat was ontdekt (rond 1800) was de camera obscura een kermisattractie. Men kon immers de wereld buiten ongezien bespieden. Met spiegels werd ervoor gezorgd dat de afbeelding weer rechtop kwam te staan.

Kunstschilders gebruikten de camera obscura als hulpmiddel om de werkelijkheid nauwkeurig over te kunnen nemen op hun doek

Camera obscura
Camera obscura

Eerste foto

In 1826 maakte Nicéphore Niépce de eerste foto op een plaat die was bedekt met een lichtgevoelige bitumen (een soort asfalt). Hij had hiervoor een belichtingstijd van acht uur nodig bij helder zonlicht. De foto maakte hij van zijn dak via het dakraam en door het draaien van de zon ziet men de schaduw van twee kanten

De Fransman Louis Jacques Mandé Daguerre (Cormeilles (bij Parijs), 18 november 1787 – Bry-sur-Marne, 10 juli 1851) wordt beschouwd als een van de uitvinders van de fotografie. Hij vond het diorama uit en in 1826 maakte hij samen met de Fransman Nicéphore Niépce de eerste succesvolle foto. Daarna nam hij de ontwikkeling van een methode om op snellere wijze foto’s te maken ter hand.

In 1837 (na de dood van Niépce) vond Daguerre de daguerreotypie uit, een methode waarbij op grote schaal foto’s konden worden ontwikkeld. Het procedé waarbij een gepolijste, met kwikdampen geprepareerde plaat werd gebruikt leverde positieve, gespiegelde beelden die niet gereproduceerd konden worden. De beelden waren wel zeer gedetailleerd.

necephore niepce Edwin Fotografie
1e foto uit de geschiedenis

De camera

In 1888 bracht de Amerikaan George Eastman (oprichter van de “Eastman Dry Plate Company” in 1881), de eerste fotocamera met rolfilm voor het grote publiek uit. Met de slogan “You press the button, we do the rest”, werd deze camera aan de man gebracht. Deze camera kreeg de naam “KODAK”. Hiermee konden 100 opnames per filmrol worden gemaakt. Als de rol vol was stuurde de fotograaf de camera met filmrol naar de Eastman Kodak Company. Vervolgens drukte het bedrijf de foto’s tegen betaling af en stuurde de afgedrukte foto’s én de camera met nieuwe filmrol terug naar de fotograaf.

In 1930 wordt het mogelijk foto’s (gemaakt met rolletjes) meermaals af te laten drukken door middel van negatieven van een 35mm-rolletje

Rond 1960 werd het voor consumenten mogelijk kleurenfoto’s te maken. Lange tijd waren er problemen met het vastleggen van de kleur rood, maar de techniek was rond 1960 ver genoeg om kleurenfoto’s voor de consument aan te bieden.

In 1981 komt het eerste digitale fototoestel op de markt waarmee digitale fotografie mogelijk is geworden. De traditionele camera, geladen met film is vervangen door een camera met een lichtgevoelige beeldsensor.

Edwin Fotografie

bron: wikipedia