Het is belangrijk te fotograferen met de juiste instelling voor witbalans. Hierdoor voorkom je een kleurzweem over je foto of een foto waarvan de kleuren niet overeenkomen met de werkelijkheid.
Een foto bestaat in principe uit drie kleuren, rood groen en blauw (RGB). Deze drie kleuren vormen in de sensor het witte licht dat wij midden op de dag zien. Afhankelijk van het type licht komen deze kleuren in verschillende verhoudingen voor. Met de witbalans bepaal je als het ware de juiste mix tussen rood, groen en blauw voor de verschillende lichtbronnen.

Preset instellingen

De meeste moderne camera’s hebben voorgeprogrameerde witbalans instellingen:

Witbalans Edwin Fotografie
  • AWB (automatische wit balans)
    Met deze instelling bepaalt je camera de witbalans. Deze instelling is vooral handig als je niet weet hoe je de witbalans moet gebruiken. Fotografeer je in RAW? Dan is de AWB-instelling een goed beginpunt. Je kunt dan later in een fotobewerkingsprogramma de witbalans aan passen.
  • Daglicht
    Deze instelling is een goed uitgangspunt voor als je overdag buiten gaat fotograferen. Niet elk daglicht is hetzelfde (denk bijvoorbeeld aan het gouden uurtje en de middagzon), waardoor deze instelling niet altijd de juiste is.
  • Schaduw
    De schaduwpartijen zorgen vaak voor een koel belichte (blauwere) foto. Door de witbalans op de schaduw-stand te zetten, worden de donkere schaduwkleuren wat warmer gemaakt.
  • Bewolkt
    Gebruik deze instelling als je gaat fotograferen op een bewolkte dag. Op een bewolkte dag is het licht gelijkmatig en heeft eenzijdige kleur-temperatuur. De bewolking werkt hier als een natuurlijke softbox.
  • Kunstlicht
    Als je binnen in een ruimte, verlicht met gloeilampen, fotografeert. Gebruik dan deze instelling. Door het toevoegen van koelere kleuren zorgt deze instelling ervoor dat de foto minder rood or oranje wordt.
  • Fluorescerend of TL
    Met deze instelling fotografeer je als de ruimte verlicht wordt door TL-verlichting. Deze instelling zorgt ervoor dat de koele TL-verlichting iets warmer wordt. In dit geval worden juist warme kleuren toegevoegd zodat de foto minder blauw wordt.
  • Flits
    Bij gebruik van je flitser, kan het voorkomen dat je foto er iets blauwer uit komt te zien. Deze stand compenseert de koelere kleuren.

Fotografeer je een zonsondergang? Zet je instelling op bewolkt. Dit maakt je foto geler en geeft je het gevoel van een warme zomerdag. Ook voor het maken van een foto met herfst-kleuren is de instelling bewolkt een juiste keuze. Het zorgt ervoor dat de kleuren warmer worden.

Temperatuur (K) instelling

De waarde van de kleurtemperatuur wordt uitgedrukt in Kelvin (K). Bij koele kleuren zoals blauw (blauwe lucht) gebruiken we een hoge Kelvin-waarde om warme kleuren toe te voegen. Bij warme kleuren zoals rood en oranje (kaarslicht) gebruiken we een lage Kelvin-waarde om juist deze kleuren te compenseren.

Kelvin kleurtabel Edwin Fotografie